Historische gebouwen

Oude raadhuis

Altes Rathaus

Dit architectonische meesterwerk valt meteen op wanneer men op de Markt van Burgsteinfurt staat. Waarschijnlijk nergens anders in Westfalen ziet men zo duidelijk twee episodes van de stadsgeschiedenis: enerzijds de tijd dat de stad onder de graaf viel die zijn macht liet zien met de bouw van het Wijnhuis op Markt 19 en anderzijds het zelfbewuste karakter van de opkomende burgerij. Dit is duidelijk zichtbaar in de gevel van het oude raadhuis. Een inscriptie in de gevel herinnert aan het leggen van de grondsteen op 4 juli 1561. Behalve de Burcht Vischering in Lüdinghausen zijn er geen vergelijkbare gevallen bekend.

Het front boven de begane grond bevat een harmonieuze opsplitsing door naar voren springende lengte- en dwarsbalken die de oppervlakte verdelen. De drievoudig naar binnen golvende gevelcontouren, die met ballen versierd zijn, zijn op hun hoogste punt met zeven puntige pyramides oftewel pinakels bekroond. Onder de gevel bevindt zich het stadswapen. De toren van het raadhuis rust op een boomstam, de Kaiserstiel gnoemd. In de open hal bevonden zich de stadswacht en een ruimte die als gevangenis diende. In 1922 werd de dan tot toe open hal na verwijdering van de ijzeren hekken dichtgemetseld, voorzien van grote ramen en omgebouwd tot stadsbank.
Op de bovenverdieping van het gebouw zijn de Kaminzimmer (´Open haardkamer´) en de grote raadzaal te vinden. Hier wordt de functie van de Kaiserstiel duidelijk die met uitstekende stutten het torenkapje en de zolder steunt. Het raadhuis werd in de 19e eeuw verschillende keren gerestaureerd, nadat het steeds meer in verval was geraakt. De driedelige spitsbogige hal bleef daarbij gotisch; de goed geproportioneerde voorgevel toont nog steeds de invloed van de Renaissance.
Het gebouw kwam ongeschonden de Tweede Wereldoorlog door. Vanaf 1965 werd het raadhuis gerenoveerd waarbij rekening werd gehouden de momumentale aspecten. Door een verbouwing ontstond weer een open hal. Sinds eind 1978 is de Verkehrsverein Steinfurt, het huidige Steinfurt Marketing und Touristik, er gevestigd.
Pas eind 1984 werd het raadhuis op de momumentenlijst geplaatst. Na renovatie en verbouwing in de jaren ´80 is de huidige situatie ontstaan.

Hogeschool

Hohe Schule

De voormalige hogeschool uit 1591 is een imposant bouwwerk in de historische stadskern van Burgsteinfurt.
Verspreiding en ondersteuning van de verschillende geloofsrichtingen was voor graaf Arnold IV. zu Bentheim und Steinfurt (1554-1606) en zijn tijdgenoten in het tijdperk van de geloofsstrijd van groot belang. In 1588 kwamen de eerste Jezuieten naar Münster en namen daar de leiding van het belangrijke katholieke gymnasium Paulinum over. Op hetzelfde moment, in september 1588, startte in Schüttorf in het Graafschap Bentheim een door graaf Arnold in een voormalig nonnenklooster ondergebracht gymnasium. In 1591 werd deze school van Schüttorf naar Steinfurt verplaatst en tot een academie bevorderd die alleen geen bevoegdheid had om de doctorgraad op universitair niveau te verlenen. Er waren dezelfde factulteiten als aan de toenmalige universiteiten: theologie, rechten, filosofie, geschiedenis en eloquentia. Colleges in natuurkunde, geometrie en astronomie werden tot de filosofie gerekend.

Gebouwd in slechts korte tijd heeft het gebouw in Burgsteinfurt duidelijk kenmerken van de Renaissance. De driedelige stenen glasramen en de drie gevels benadrukken het representatieve karakter van het grote, tweelaagse puimstenen gebouw. De van verre zichtbare, karakteristieke torens hebben koperen Welsche kappen. Graaf Arnold liet tussen 1593 en 1605 op de spitsen prachtige windvanen met het wapen van hem en dat van zijn vrouw, gravin Magdalena van Neuenahr und Limburg, installeren om de toren te versieren. Rondom de grote vierkante toren is een galerij met een heel mooi, smeedijzeren rooster geplaatst. Hier kon men astronomische waarnemingen doen.

In 1807 werden na de invasie van Napoleontische troepen soldaten in het gebouw ingekwartierd. Tussen 1811 en 1813 bevond zich hier het Franse keizerlijke tribunaal. Later was er nog een aantal jaar een jongensschool ondergebracht totdat het gebouw in 1851 vanwege bouwvalligheid ontruimd moest worden. Nadat het gebouw in bezit van de Pruisische gerechtelijke autoriteiten was gekomen, werd het in 1867 grootschalig verbouwd en kreeg toen het grote dubbele vleugelportaal dat ook na de wederopbouw nog als hoofdingang dient. Totdat het gebouw in maart 1945 verwoest werd door een bombardement was hier het Amtsgericht gevestigd. Na de oorlog werd het gebouw als raadhuis ingericht en van 1958-1981 voor bestuurlijke doeleinden gebruikt. Vandaag de dag zijn de muziekschool en de volksuniversiteit (Kulturforum Steinfurt) de gebruikers van het gebouw.

Haus Buckshook

Buckshhook HV

Buckshook nr. 4 is een klein huis dat uit 1657 stamt en daarmee zeker het oudste nog bestaande huis in Borghorst is. De meeste woonhuizen van de plaatselijke wevers zullen er zo uitgezien hebben, want op oude foto´s kan men zien dat aan de Buckshook een hele rij van dit soort huisjes heeft gestaan. Ze zijn inmiddels bijna allemaal afgebroken, verbouwd of gemoderniseerd.

In dit huis woonden in de 19e eeuw achtereenvolgens de weversfamilies Buskamp en Jerwers en later arbeiders. In 1965 kocht de huidige eigenaar het gebouw. Het huis heeft een brede vrijdragende gevel van planken op gekrulde consoles en een ervoor gebouwde varkensstal die ongeveer de helft van de voorzijde beslaat. In dit hok hielden de dagloners meestal een geit en een varken en daarnaast ook het toilet. Met uitzondering van de gevelzijde aan de Buckshook (westelijk front) zijn alle muren nog van klei en stro, die echter bij de renovatie gestuct of van een extra muur voorzien werden.

Het oude dak met strobalen onder de dakpannen is nog aanwezig. Het interieur is nu natuurlijk gemoderniseerd, maar tot enkele decennia geleden hadden de gang en de keuken nog de typisch aangestampte lemen vloer; achterin lag de open haard waarboven men een kookpan hing. Naast de keuken bevindt zich zoals bij bijna alle Westfaalse (keuter)boeren een halve etage hoger de opkamer die als opslagruimte dienst deed. De heel lage woonkamer met de overhangende balken en de schuine wanden heeft twee kleine ramen die nog oorspronkelijk zijn. De kelder onder de opkamer ligt op de begane grond en heeft heel dikke muren om te voorkomen dat aardappels en de andere voorraad van de bewoners in de winter vorstschade op zouden lopen.

Huck-Beifang-Haus

Huck Beifang

Het in 1607 door de grafelijke rentmeester Eberhard Huck en zijn vrouw gebouwde zogenaamde Huck-Beifang-Haus met de façade aan de Hahnenstraße was oorspronkelijk slechts het achterhuis van het Beifang-Haus aan de Bütkamp 3. Als een achterhuis ziet het gebouw er tegenwoordig zeker niet meer uit, hoewel het in zijn lange geschiedenis ook als schuur of koetshuis gebruikt is en vanwege de bouwvallige toestand bijna afgebroken was.

Eberhard Buck trouwde in 1604 met een lid van de familie Beifang die eigenaar was van het huis aan de Bütkamp 3 en het bijbehorende grondstuk tot aan de Hahnenstraße. Hij was weliswaar rentmeester in Rheda, maar woonde 10 jaar in Burgsteinfurt en liet in deze periode het huis op zijn kosten bouwen, zoals de inscriptie op de erker trots laat zien: "Sunt hae structae aedes Eberhardi sumptibus Huckij. Ex his ad superas sperat abire domos.” Oftewel in het Nederlands: “ Dit gebouw is op kosten van Eberhard Huck opgericht. Hij komt, zoals hij hoopt, ooit in het hemelse Koninkrijk.”

Hoewel deze hoop wellicht niet direct is uitgekomen – Huck werd al gauw na de bouw rechter in Rheda – toch heeft Burgsteinfurt dankzij hem een klein architectonisch juweeltje: de erker op de verdieping die voorzien is van het embleem van Huck (haak) en Beifang en het jaar 1607. Het heeft weliswaar niet de afmetingen van de sloterker van Brabender, maar kan toch door zijn vorm de vergelijking makkelijk aan. De erker wordt door een gevel bekroond die krachtige voluten toont die met spitse pyaramides (pinakels) versierd zijn. Hier zijn ook zogenaamde Bossenstenen verwerkt die een kenmerk zijn van de Weserrenaissance. Het venster wordt door sierbanden omringd die als hang- en sluitwerk van meubels of kisten gevormd zijn. Dezelfde versiering heeft de inscriptie onder het raam, waarvan de randen “ingerold” zijn. Dit soort versiering is in de 2e helft van de 16e eeuw in Nederland ontwikkeld.

De voorgevel overleefde alle tijdperken totdat het hele gebouw in 1940 gerenoveerd werd om als Heimatmuseum gebruikt te worden. Zover kwam het echter niet. Tot 1978 was hier de stedelijke bibliotheek ondergebracht, waardoor het gebouw in de volksmond nog altijd de naam “Bücherhaus” heeft. Tegenwoordig zijn er in het gebouw tentoonstellingen van de Kunstvereniging Steinfurt en bijeenkomsten van de vrijmetselarij.

Kornschreiberhaus

Kornschreiberhaus

Het Kornschreiber-Haus is een smal, tweelaags vakwerkhuis met een spitse, hoge gevel dat boven de omliggende gebouwen van maximaal anderhalve verdieping uitsteekt. In tegenstelling tot het er tegenover gelegen Ackerbürgerhaus dat laag en breed is en een noodzakelijke grote schuurdeur in het midden heeft, is dit huis met zijn smalle deur en klein raampjes duidelijk bedoeld als woonhuis.

Het huis is gebouwd in het begin van de 17e eeuw en zal daarmee als één van de eerste tweelaagse burgerhuizen in vakwerkstijl in Steinfurt geweest zijn. Opvallend zijn de naar voren hangende boven- en dakverdieping. Deze bouwwijze had voor de bewoners twee grote voordelen. Door de “overgetimmerde” bovenverdieping vergrootte men op een klein oppervlak de woonruimte en zorgde daarbij ook nog voor een extra stabilisatie van de vakwerkconstructie. Omdat het gewicht van de bovenverdieping op de vrijdragende balken rustte en de druk op de uiteinden heel groot was, konden de vloeren van de bovenverdiepingen niet zo makkelijk doorzakken. De consoles die deze vooruitspringende delen ondersteunden waren – wanneer men zich het veroorloven kon – natuurlijk mooi bewerkt, in dit voorbeeld op de verdieping mooier dan op de zolderverdieping.

Voor de jaren 1617-58 is in de oude registers de naam van een grafelijke ambtenaar te vinden: de vermoedelijk uit Zuid-Duitsland afkomstige korenschrijver Michael Oeglein. Het is aannemelijk dat hij dit huis heeft laten bouwen. Het precieze bouwjaar van het gebouw is weliswaar niet bekend, maar ligt zeker aan het begin van de 17e eeuw. De familie van Michael Oeglein woonde in totaal 80 jaar in dit huis. Een korenschrijver was een ambtenaar die in opdracht van de landheer de administratie voerde over de oogst, opslag en verkoop van graan.

Ook later was het huis meestal in bezit van grafelijke ambtenaren of aan vergelijkbare functionarissen verhuurd.
Op initiatief en door zorgvuldigheid van de huidige bezitter kon het gebouw in zijn karakteristerieke vorm gerestaureerd worden. Op een plaquette naast de deur staan de voormalige eigenaren en bewoners van het huis vermeld.

Stadtweinhaus

Stadtweinhaus

Het zogenaamde wijnhuis kan als tegenhanger van het raadhuis, aan de andere kant van de markt, gezien worden. Nieuw onderzoek dateert de bouw van het wijnhuis op 1445. Daarmee is het één van de oudste wereldlijke monumenten in Westfalen.

Het is door de graven van Bentheim-Steinfurt in een tijd opgericht waarin er nog geen sprake was van zelfbestuur van de stad. De graaf maakte met dit gebouw zijn positie als stadheer duidelijk en gebruikte het voor zijn in de stad verblijvende gasten. Het oorspronkelijk tweelaagse vakwerkhuis met een schilddakgevel is een tot dan toe in Westfalen niet bekende bouwwijze. Deze was nog niet helemaal ontwikkeld, waardoor er al in 1490 werkzaamheden aan het dak nodig waren om de constructie te ondersteunen. De afzonderlijke onderdelen van het huis waren oorspronkelijk al met bakstenen opgevuld. Ook hier is sprake van de oudst bekende plek van de Westfaalse vakwerkbouw.
De 6 meter hoge zaal die de hele benedenverdieping omvat werd de eerste eeuw na de bouw van het wijnhuis vaak voor schutterijfeesten en andere festiviteiten, maar ook voor openbare doelen gebruikt. Voor een aan de graaf te betalen bedrag werd hier ook wijn verkocht, waarvan de naam van het gebouw is afgeleid. In 1569 verkocht de graaf het huis aan een familielid die het pand uitgebreid liet verbouwen.
In 1638 was het wijnhuis geruineerd en pas in 1648 werd het hersteld, waarbij de zijgevel aan de Kirchstraße als steenslagmuur onder balken werd geplaatst. In 1912 kreeg het pand zijn huidige façade die een combinatie van Jugendstil en barok vormt. In de loop der tijd werd het gebouw gebruik als chique herenhuis, kantoor en huurpand.
In 1983 kwam het wijnhuis, inmiddels vooral verworden tot een “doorn in het oog”, in bezit van de Stadt Steinfurt. In 1984 werd het gebouw onder monumentenzorg geplaatst en tussen 1988 en 1900 zorgvuldig gerestaureerd. Het historische gebouw bevat vandaag de dag nog delen van een gotische haard. Sinds mei 1990 is de Stadtbürgerei (openbare bibiliotheek) in het wijnhuis ondergebracht.

Logo Steinfurt
Interreg

Adres

Steinfurt Marketing und Touristik e.V.
Markt 2
48565 Steinfurt

Contact

Tel. +49 (0) 2551 - 1383
Fax: +49 (0) 2551 - 7326
E-mail sturen

Openingstijden:
Ma - Vr: 09.00 - 12.30 uur
                14.00 - 17.00 uur
Van mei tot september ook:
Za:          10.00 - 13.00 uur

Functies

 

Samenwerkingspartner

Logo Kreissparkasse

Privacy      Colofon

Volg ons hier